Hoe werkt DialogueTrainer?

Bereik samen sneller doelen, optimaliseer je sales- en delivery traject, en communiceer effectief met je team. Dat is wat we willen bereiken met goede gesprekken. Thuis, op kantoor, in het klaslokaal of onderweg in de trein, online gesprekssimulaties zijn beschikbaar; waar, wanneer en zo vaak als je wilt. Maar gesprekstraining met virtuele acteurs is voor veel mensen nieuw. Dat begrijpen we bij DialogueTrainer heel goed. Hoe zet je onze simulaties in? Daar geven we je graag een compleet beeld van met een reeks werkvormen die belevenisvol en effectief zijn.

Online simulaties kun je zowel individueel als in groeps – of teamverband gebruiken. Daarnaast kun je bestaande klassikale trainingen of offline lesvormen blended maken door de toevoeging van onze simulaties.

Zelf in gesprek met virtuele trainingsacteurs?

#1 Individueel: oefenen wanneer het jou uitkomt

Wil je als individu beter worden in gesprekken? Ga dan zelfstandig aan de slag met virtuele trainingsacteurs. Of laat je studenten of medewerkers zelfstandig oefenen. Maar hoe zet je een simulatie dan in? Er zijn namelijk verschillende werkvormen waarmee je individueel aan de slag kunt.

Wat maakt de situatie lastig?

Wat maakt een gesprek of situatie lastig? Waarom is het bijvoorbeeld lastig om slecht nieuws te geven? Of iemand feedback te geven? Eén van de werkvormen die je kunt toepassen, is de simulatie met de virtuele acteur helemaal blanco in te gaan. Je leest vooraf dus niet de theorie, maar gaat direct aan de slag. Je zult snel merken in welke fases van het gesprek je moeilijkheden ondervindt. Doordat de virtuele acteur emoties toont en mee- of tegen kan werken, zie je steeds het effect van wat je doet in het gesprek. Na het spelen krijg je met individuele scores en feedback inzicht in hoe je het gesprek hebt gevoerd. Wat deed je direct al goed, of moet je juist anders aanpakken? En in welke fases van het gesprek liggen je uitdagingen? 

Later in deze werkvorm bestudeer je de theorie, waarbij je vooral je aandacht richt op wat niet goed ging, of waar je jezelf ‘bewust’ kunt ‘bekwamen’. Met behulp van de theorie verhoog je je scores, waarbij je efficiënt met kennis bezig bent, je kunt het gelijk toepassen en ziet direct het effect. Verschillende keuzes in de simulatie leiden tot een ander resultaat. Leg je scores naast elkaar en vergelijk. Wat heb je geleerd? Welke keuzes hebben een positieve invloed op de uitkomst van het gesprek? Zijn er nog punten waarop je verder kunt verbeteren? Speel dan gerust nog een keer. Oefening baart kunst!

Stuctuur in gesprekken helpen je om gericht naar je doel te werken en belangrijker: deze ook te behalen.

Oefenen met de theorie en beter worden

Beter worden is een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Het is het geleerde succesvol toepassen in de praktijk. De bewezen theorie vertalen naar jouw succesvolle aanpak in de praktijk dus. Voordat je aan de slag gaat met de gesprekssimulatie neem je eerst de theorie van het gesprek door. Hierdoor weet je direct waar het in het gesprek om gaat en wat valkuilen zijn.

Wij geloven erin dat structuur in gesprekken je helpt om gericht naar je doel toe te werken en belangrijker: deze ook te behalen. Ongestructureerde gesprekken maken je niet succesvol in het bereiken van je doel. Daarom hebben we de theorie vertaald naar praktische do’s en don’ts per gespreksfase. Hierdoor weet je wat je vanuit de theorie in de betreffende gespreksfase het beste kunt doen doen of zeggen.  

In de simulatie zelf maak je vervolgens als het ware de stap van theorie naar praktijk. Maar dan wel in een omgeving die je de gelegenheid geeft hier in alle rust en veiligheid mee te experimenteren. Je kunt de do’s en don’ts tabel gebruiken naast het spelen, om precies te leren hoe je de juiste vertaling van theorie naar praktijk kunt maken. In de simulatie bekijk je vervolgens of hetgeen je uit de theorie hebt geleerd ook in de praktijk klopt. Wederom tonen je scores waar je nog verder kunt leren. Je speelt net zo lang, tot je de theorie hebt doorgrond en belangrijker: kunt toepassen.

Jezelf toetsen en scores vergelijken

De scores geven inzicht in hoe je presteert en ze dagen je uit om steeds beter te worden. Ze geven vat op je leerproces. De scores krijg je op de belangrijkste vaardigheden, aspecten en fases in het gesprek. Hier draait het om! In één oogopslag zie je hoe je het gedaan hebt en waar verbeterpotentieel ligt.  

Met individuele feedback geven we je vervolgens inzicht in hoe de scores tot stand zijn gekomen. Je leest hier terug wat het effect van je keuzes is en waarom iets wel of niet werkt voor een bepaald doel, zodat je begrijpt hoe je jezelf kunt verbeteren. En scores maken het mogelijk om jezelf te vergelijken met anderen. Zo weet je hoe je het doet in vergelijking met anderen uit je (beroeps)groep of afdeling.

Als trainer of docent geven scores je vat op het leerproces van je cursisten of studenten. Je ziet aan scores hoe deelnemers het doen en waar extra aandacht en training nodig is. Daar gaan we hieronder verder op in.

Na het spelen van een simulatie ontvang je scores en feedback.

Spelletjes met deelvaardigheden

Een bijzondere werkvorm met simulaties zijn spelletjes rondom deelvaardigheden te spelen. Door een situatie juist eens helemaal anders, of verkeerd aan te pakken, zie je wat het effect hiervan is, wat ook motiveert om het juist goed te doen. En het geeft inzicht in hoe jouw gedrag de loop van het gesprek en jouw gesprekspartner beïnvloedt. Waar dit met acteurs vaak lastig is – bedenk maar eens iets verkeerds om te zeggen – is dit met simulaties heel eenvoudig. Je ziet immers de keuzes voor je.  

In plaats van het oefenen met een volledige situatie en simulatie kun je individueel ook oefenen met deelvaardigheden, zoals vragen stellen en (gevoels)reflecties. Wanneer gebruik je open vragen of gesloten vragen en hoe pas je luisteren, samenvatten en doorvragen toe? In een veilige omgeving is je aandacht daarbij volledig bij jezelf en de vaardigheid.

# 2 In groeps- of teamverband leren

Naast de individuele werkvormen is het ook mogelijk simulaties juist in te zetten in (online) training met grotere groepen. Het verschil tussen deze vorm en individueel gebruik, is dat deelnemers vooral van elkaar leren. Met elkaar ga je de discussie aan over je voorkeuren en welk effect je verwacht van je keuzes. Vervolgens zie je of jullie keuze het gewenste of verwachte effect heeft.

Bij aanvang: de uitdaging scherp krijgen

Voordat je met een groep met theorie aan de slag gaat, is het altijd goed om scherp te krijgen hoe men tegen een gesprek aankijkt. Soms hebben mensen nog helemaal geen beeld van het gesprek, of weten zij niet dat anderen iets ook lastig vinden. In gesprek komen over het gesprek, is vaak al lastig op zich. Dan helpt het om samen de simulatie op te starten en te zien waar uitdagingen liggen en om welke keuzes het eigenlijk gaat. Omdat je iedereen in de groep om een reactie kan vragen, weet je zeker dat al je cursisten aan boord zijn en in dezelfde context zitten.

Samen oefenen en discussiëren

Samen een simulatie spelen is een uitstekende manier om van elkaar te leren. Dit kan in tweetallen, of met de groep als geheel. Omdat communicatie voor niemand nieuw is, en men altijd ideeën heeft van hoe iets werkt, brengt elke keuze vanzelf een discussie op gang. Als trainer of docent kun je bij elke keuze stilstaan en de discussie sturen door vragen te stellen. Je kunt ook deelnemers om beurten een keuze laten maken en deze keuze laten onderbouwen. Of je laat de groep gewoon aan de gang gaan en zegt zelf niets, waarbij de simulatie het proces structureert. 

Door gezamenlijk een simulatie te spelen leren cursisten van elkaar.

Je kunt de groep ook opdelen in tweetallen en hen de simulatie gezamenlijk laten spelen. De opdracht hierbij kan zijn om de belangrijkste discussie terug te koppelen aan de groep. Je zult zien dat er vanuit de groep snel herkenning of aanvulling op de discussie zal komen. Cursisten leren zo het meeste van elkaar.

Toetsing en competitie

Aan het einde van een groepstraining kan je in tweetallen, of met de groep als geheel, een simulatie doen als toets. Deze simulatie kan qua inhoud hetzelfde zijn maar in casuïstiek of context afwijken. Hierbij zie je of de theorie inderdaad helpt en je hoort als trainer waar cursisten nu met elkaar over praten. In tweetallen levert de oefening daarnaast een spelelement op, omdat scores vergelijkbaar maken: wie speelt het beste? Vaak blijkt het dan lastig om de groep het lokaal of training uit te krijgen. Achteraf blijft de simulatie nog een tijdje beschikbaar voor vervolgtraining of follow up.

#3 Blended, online en offline combineren

Blended leren is een trainingsvorm waarbij online en offline leren samenkomen. Simulaties bieden hiervoor veel mogelijkheden, juist omdat ze zelfstandig leren mogelijk maken, terwijl de koppeling met de theorie steeds helder is. Als trainer of docent houd je daarbij vat op het leerproces van je cursisten, doordat je voortgang en scores kunt monitoren. Maar hoe ziet een blended training eruit.

Voorbereiding creëert motivatie

Een blended training met daarin gesprekssimulaties van DialogueTrainer ziet er doorgaans als volgt uit. Eerst spelen deelnemers thuis een online gesprekssimulatie. Hierdoor weten ze wat de situatie waarin ze getraind worden lastig maakt en zijn ze gemotiveerd; doordat ze zien dat verschillende keuzes een ander effect hebben: leren heeft dus zin. Als cursisten dat willen kunnen ze vooraf al meermaals oefenen, zodat ze scherp krijgen wat ze van de trainer, docent of van anderen in hun groep willen leren. Een groot voordeel van deze voorbereiding is dat cursisten met meer zelfvertrouwen en focus naar de training komen. Ze hebben immers al inzicht in wat getraind gaat worden en een beeld bij de juiste aanpak.

Klassikaal oefenen en verdiepen

Vervolgens komen deelnemers bij elkaar om een offline (klassikale) training te volgen. Hierbij nemen ze hun scores en persoonlijke leerdoelen uit de online simulatie mee. Hierdoor kan tijdens de training gericht worden getraind. In de training oefen je nu samen. Als je wilt inzoomen op individuele leerdoelen of fases in het gesprek, kan een simulatie of trainingsacteur daarbij ondersteunen. De trainer of acteur kan vooraf ook inzicht krijgen in de scores, waardoor een training op maat ontstaat die direct op de juiste leerbehoefte inspeelt.

Op maat trainen

Een grote groep trainen en in ieders leerbehoefte voorzien is een flinke uitdaging. De scores uit de simulatie, die een resultaat zijn van de voorbereiding van cursisten, helpen bij het samenstellen van subgroepen gericht op een thema of specifiek leerdoel. De scores verwijzen immers al naar belangrijke leerdoelen of aspecten om succesvol te zijn in het gesprek. Zo kun je bijvoorbeeld een subgroep samenstellen rondom een score waar zij allemaal laag of juist hoog op scoren. Dit helpt het groepsproces omdat men samen ook sneller leert. En je voorkomt dat een deel van de groep met een leerdoel aan de slag gaat waarvan ze niet gemotiveerd raakt.

Follow up en continu leren

Na de offline training spelen deelnemers opnieuw een online gesprekssimulatie (met andere casuïstiek) om geleerde vaardigheden toe te passen. Hierdoor is het mogelijk om te analyseren of er ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Er vindt een soort van toetsing plaats over de opgedane kennis. De cursist kan zijn of haar scores delen met een collega of leidinggevende om er zo voor te zorgen dat leren een continu proces blijft. De leidinggevende krijgt met de scores een gespreksagenda in handen om de medewerker te coachen in aspecten of onderdelen van het gesprek die lastig blijken. Dit opnieuw oefenen kan ook nog maanden later, als follow-up, om te zien of de kennis is blijven hangen. Als daar laag wordt gescoord kan dit aanleiding zijn om opnieuw te gaan trainen.

Hoe zet jij DialogueTrainer in?

Zet jij DialogueTrainer in als individueel trainingsprogramma, team training of blended training? Hieronder vind je als samenvatting de werkvormen van DialogueTrainer nog eens in tabelvorm:

Individuele trainingTeam trainingBlended training
Probleemstellend, inzicht in de situatieVoorbereiding en inzichtVoorbereiding en motivatie
Oefenen met theorie en praktijkSamen oefenen en discussiërenKlassikaal oefenen en verdieping
Toetsen en evaluerenToetsing en competitieTrainen op maat met subgroepen
Verdieping deelvaardighedenFollow upContinu leren met follow up

Het kiezen van de juiste werkvorm(en) hangt natuurlijk helemaal samen met het leerdoel wat centraal dient te staan of de tijd en ruimte die beschikbaar is. We denken graag met je mee. Neem contact met ons op voor een gratis advies.

Samen beslissen: hoe betrek je de patiënt?

In zorgtrajecten zijn soms meerdere behandelingen mogelijk. Bijvoorbeeld een operatie, fysiotherapie of juist langdurige rust. Dit soort behandelingen hebben voor- én nadelen. De keuze voor een behandeling heeft grote gevolgen voor het leven van de patiënt. En daarom is het belangrijk dat de patiënt hier zelf over meebeslist: samen beslissen dus. Deze methode heeft veel voordelen voor de patiënt, maar is lang niet altijd eenvoudig. Als zorgprofessional ben je geneigd om vooral uit medisch perspectief te kijken. Hoe betrek je ook het perspectief van de patiënt?

Voordelen van samen beslissen

Samen beslissen over een behandeling heeft veel voordelen. Ten eerste gaat de patiënttevredenheid omhoog, omdat patiënten zich in het traject gehoord voelen. Zij zijn beter geïnformeerd en ervaren meer autonomie. Door de gesprekken tussen de zorgprofessional, patiënt en de naasten, ontstaat bovendien meer wederzijds begrip. De relatie tussen de zorgprofessional en patiënt wordt daarmee beter. Tot slot neemt ook de therapietrouwheid toe: omdat patiënten de keuze voor een behandeling mede zelf nemen. Dit betekent dat de kans groter is dat de patiënt zich houdt aan gemaakte afspraken en adviezen.

Ontdek onze gesprekssimulaties in zorg

Rol van zorgprofessional en patiënt

Om samen te kunnen beslissen is het belangrijk dat de medische voor- en nadelen van de verschillende behandelingen aan bod komen, maar ook de situatie en persoonlijke voorkeuren van de patiënt. Al deze informatie is nodig om samen een goed besluit te nemen. Hiertoe is het belangrijk dat het gesprek tussen de zorgprofessional en de patiënt een gelijkwaardig gesprek is. Waarin ieder zijn eigen rol heeft. 

Als zorgprofessional ben je expert op medisch gebied; vanuit je medische vakkennis draag je bij aan de gezamenlijke beslissing. Om het perspectief van de patiënt goed boven tafel te krijgen, neem je een coachende rol aan in het gesprek.Hierbij neem je een empathische en professionele houding aan waarbij je eigen normen en waarden buiten beschouwing laat. 

De patiënt heeft dus ook een actieve bijdrage in het proces. Hij of zij is immers expert over hem of haarzelf! Mocht de patiënt zelf niet meer goed in staat om informatie te begrijpen en/of klachten en wensen te verwoorden, kan een familielid of mantelzorger helpen bij het gesprek.

De patiënt heeft een actieve bijdrage in het proces. Hij of zij is immers expert over hem of haarzelf!

Vierstappenplan van samen beslissen

Over het algemeen doorloop je vier stappen wanneer je samen met de patiënt tot een goed passende behandelkeuze wil komen.

Stap 1: Uitleggen dat er een keuze is

In de eerste stap maak je helder dát er een keuze gemaakt moet worden, en waarom. Het is belangrijk dat de patiënt weet dat er meerdere behandelopties zijn. Dat die behandeling voor- en nadelen hebben, en dat de persoonlijke voorkeur van de patiënt daarbij een rol heeft. Zijn of haar inbreng is dus belangrijk. Neem de tijd in het gesprek om de informatie te doseren.

Stap 2: Voor- en nadelen bespreken

In deze fase ga je in op de verschillende mogelijkheden waaruit gekozen kan worden. Som in het gesprek eerst kort de verschillende mogelijkheden op. Ga daarna in op de voor- en nadelen van die mogelijkheden. Leg hierbij ook duidelijk het verschil uit tussen de verschillende behandelingen. Bij het bespreken van de voor- en nadelen ben je  als zorgprofessional niet alleen informatie aan het zenden, maar is het ook je taak om te ontvangen. Wat weet de patiënt al? Wordt de informatie die je geeft begrepen? Het is jouw taak om ervoor te zorgen dat de patiënt op basis van de juiste informatie een keuze kan maken

Stap 3: Voorkeuren en wensen patiënt

Hierna is het tijd om een helder beeld te krijgen van de voorkeuren en wensen van de patiënt. In deze fase luister je niet alleen naar de voorkeuren, maar bied je ook hulp bij het in kaart brengen van deze voorkeuren door het stellen van de juiste vragen. Vraag bijvoorbeeld  wat belangrijk is voor de patiënt, en waar hij of zij bang voor is.

Stap 4: Beslissing nemen

In deze laatste fase bespreek je eerst of de patiënt er klaar voor is om een beslissing te nemen. Is de patiënt er niet klaar voor? Geef dan de mogelijkheid om de beslissing op een ander tijdstip te maken en vraag wat iemand nog nodig heeft om een goede beslissing te kunnen maken. Maken jullie wel een keuze? Dan is het belangrijk dat je ook bespreekt hoe de rest van het zorgtraject eruit gaat zien.

Meer weten over zorggesprekken?

Samen beslissen met ouderen

Over het algemeen doorloop je dus vier stappen bij het samen beslissen. Bij bepaalde doelgroepen vraagt het samen kiezen van een behandeling om een wat uitgebreider proces. Bijvoorbeeld bij mensen met meerdere chronische aandoeningen, zoals (kwetsbare) ouderen. Het hebben van meerdere chronische aandoeningen, maakt het kiezen van een behandeling lastiger. Daarnaast is bij ouderen de kwaliteit van leven vaak belangrijker dan levensduur. Samen beslissen is voor deze doelgroep dus juist extra belangrijk en vraagt extra aandacht.

Om het proces van samen beslissen bij ouderen goed te laten verlopen, heeft het Radboudumc een zesstappenplan voor samen beslissen ontwikkeld. Vilans maakte hier vervolgens een praktische infographic van. De 6 stappen kunnen elkaar chronologisch opvolgen, maar het gesprek kan ook meer dynamisch verlopen: soms moet je heen en weer schakelen om tot een goed besluit te komen.

Samen beslissen met ouderen vraagt om extra aandacht.

Stap 1: Voorbereiden

Allereerst is het belangrijk dat je het gesprek goed voorbereidt. Dit doe je natuurlijk voor elk gesprek, maar gezien de complexiteit van dit gesprek is het nu extra belangrijk. Bedenk als zorgprofessional goed welke informatie je wilt overbrengen aan de patiënt. Wat zijn de keuzes en welke gevolgen hebben die keuzes? Neem bij de voorbereiding ook eerder gemaakt afspraken door. Wat is de voorgeschiedenis van de patiënt? Deze informatie biedt een startpunt voor het gesprek. Vergeet daarnaast de praktische zaken niet, zoals een goede plek voor het gesprek: een patiënt vindt het vaak moeilijk om verwachtingen en wensen uit te spreken als de omgeving onrustig is.

Stap 2: Doelen

Hiervoor hebben we gezien dat samen beslissen vaak begint met het bespreken van de mogelijke behandelingen, en de voor- en nadelen daarvan. Ouderen hebben vaak veel aandoeningen tegelijk, waardoor het bespreken van alle mogelijke behandelingen veel tijd kan kosten. Bovendien is de kwaliteit van leven bij ouderen heel belangrijk: wat wil iemand in de laatste fase van zijn leven? Daarom ga je in een gesprek met een oudere patiënt eerst daarop in, zodat helder is wat de doelen zijn van de patiënt. 

Wil iemand bijvoorbeeld meer kwaliteit van leven? Maak dat doel dan concreet door uit te vragen wat  belangrijk is voor de patiënt bij kwaliteit van leven en wat daarbij nu in de weg staat. Vraag ook naar zorgen die iemand heeft, of waar iemand bang voor is. 

In deze fase kunnen boosheid en frustratie ontstaan bij de patiënt. En dat is ook logisch: iemand heeft immers te maken met een (chronische) ziekte. Geef ruimte aan de patiënt om deze emoties te uiten en maak ze bespreekbaar. Zo ben je als professional empathisch en wordt het samen beslissen gemakkelijker.

Stap 3: Keuzes

In deze stap maak je verschillende keuzes helder en geef je ook expliciet aan dat er samen een beslissing wordt gemaakt. Hierbij is het belangrijk dat je niet teveel moeilijke woorden gebruikt en helder blijft in de keuzes die er zijn. Blijf oprecht en bied geen keuzes waarbij het niet mogelijk is voor de patiënt om hier samen over te beslissen (bijv. een ontslagdatum). Controleer vervolgens of de patiënt je heeft begrepen, zodat jullie nog steeds op één lijn zitten.

Stap 4: Opties

In de vierde stap ga je over tot het bespreken van de voor- en nadelen van de keuzes voor de patiënt. Als zorgprofessional is het hierbij belangrijk dat je vanuit een breed perspectief blijft kijken. Noem alle gevolgen, dus ook die buiten het medische gebied. Wees je er ook bewust van dat een negatief gevolg voor de ene patiënt, door de andere patiënt kan worden ervaren als iets positiefs. Dit komt vaker voor bij ouderen omdat er vaak sprake is van meerdere ziektebeelden. Blijf daarom in deze fase zo objectief mogelijk en bespreek alle opties.

Stap 5: Besluitvorming

Vraag vervolgens of de patiënt klaar is om een beslissing te nemen. Deze stap komt dus nog niet altijd voor in het eerste gesprek. Geef duidelijk aan dat er meer tijd is voor het beslismoment wanneer nodig. Het kan natuurlijk voorkomen dat jij als zorgprofessional een andere keuze zou maken dan de patiënt. Toch is het belangrijk om aan te sluiten bij de waarden en doelen van de patiënt: Laat dit dus niet in de weg staan bij het maken van een keuze.

Stap 6: Evaluatie

Neem na de besluitvorming de tijd om te evalueren. Geef hierin eerst nogmaals duidelijk aan tot welke beslissing jullie zijn gekomen. Vraag na of de patiënt tevreden is met het besluit en de wijze waarop dit besluit is genomen. Vervolgens kijk je naar de stappen na het gesprek. Hoe gaat eventuele behandeling nu verder? Dit stel je samen in een behandelplan op.

Samen beslissen online trainen

Ben je zorgprofessional en wil je oefenen met Samen beslissen? Dat kan. Met DialogueTrainer oefen je het gesprek veilig en wanneer het jou uitkomt, met onze virtuele trainingsacteurs. Wil je oefenen met het vierstappenmodel? Dat kan met DialogueTrainer Zorg. Hierin kun je ook oefenen met andere lastige zorggesprekken, zoals het slechtnieuwsgesprek, motiverende gespreksvoering of taboes bespreken.

Wil je specifiek oefenen met het zesstappenmodel? Dan kun je de gratis toegankelijke e-learning Samen beslissen met kwetsbare ouderen doorlopen, die we samen met Vilans ontwikkelden. Hiervan bestaat ook een betaalde variant, waarmee je 3 accreditatiepunten kunt verdienen (Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie). Meer informatie hierover vind je in de e-learning.

Leren via online simulatie proberen?

Motiverende gespreksvoering: hoe pak je dat aan?

Hoe kun je iemand helpen bij het veranderen van zijn of haar gedrag? Om bijvoorbeeld gezonder te eten of te stoppen met roken? Dan geef je adviezen en leg je uit wat iemand moet doen, toch? Helaas werkt dit bij gedragsverandering vaak juist averechts: veranderen is moeilijk en een eenvoudig advies is nooit een volledige oplossing. Wat je wél kunt doen is de principes van motiverende gespreksvoering toepassen. Deze gesprekstechniek richt zich op het verhelderen van dilemma’s, deze boven tafel krijgen én het vergroten van intrinsieke motivatie, voor blijvende gedragsverandering. Hoe je dit aanpakt? Daar helpen we je mee op weg in deze blog.

Wat is motiverende gespreksvoering?

Motiverende gespreksvoering is een methode voor het voeren van gesprekken, waarbij de cliënt of patiënt in feite zichzelf overtuigt om te veranderen. Hierbij wordt de focus gelegd op wat bij de persoon speelt dat de verandering tegenhoudt. En wat redenen zijn om juist wél te veranderen. 

De grondleggers van motiverende gespreksvoering – motivational interviewing in het Engels – zijn Miller & Rollnick. Volgens hen kunnen mensen zelf door het veranderen van hun gedrag veel gezondheidsproblemen en -risico’s verminderen. Maar om je gedrag te veranderen, heb je motivatie nodig. Het doel van motiverende gespreksvoering is dan ook om deze motivatie boven tafel te krijgen en laten groeien.

Zelf oefenen met motiverende gespreksvoering?

Tegenstrijdige emoties

Emoties zijn “belangenbehartigers”. Het zijn mechanismen in ons brein om een – blijkbaar relevant – probleem op te lossen. Bij veel ‘problematisch gedrag’ spelen tegenstrijdige emoties. Iemand die wil stoppen met roken, omdat hij of zij last heeft van gezondheidsklachten die zorgen voor angst, kan aan een sigaret ook een prettig gevoel van ontspanning ontlenen. Dat wil men liever niet kwijt. 

Wanneer iemand zowel voor- als nadelen aan iets ziet, die tot twijfel leiden, noemen we dit ambivalentie. De emoties die iemand ervaart zijn in feite tegenstrijdig: ze sturen het gedrag in een verschillende richting. Door open in gesprek te gaan, en de ander te helpen de situatie helder te zien, wordt wat eerst ambivalent was, nu een duidelijke keuze. Nu staat niets meer in de weg om gemotiveerd met gezond gedrag aan de slag te gaan. Het is dus belangrijk dat je tegenstrijdige emoties herkent, en hierop inspeelt door te reflecteren en te bevragen wat daarachter ligt.

“Door het stellen van de juiste vragen en reflecties, leid je iemand naar het juiste antwoord.”

De rol van de professional

Naast het herkennen van (tegenstrijdige) emoties, is het belangrijk dat je als professional je eigen overtuigingen niet meeneemt in het gesprek. De focus in het gesprek ligt bij de patiënt, en niet bij jou. Boven alles wil je de cliënt helpen om een voor hem of haarzelf juiste keuze te maken.

Uiteraard is je doel om gedrag te veranderen. Een professioneel gesprek voer je immers niet voor niets. Verleidelijk is om als professional precies aan te geven wat de beste richting is om tot gewenst gedrag te komen. Miller en Rollnick noemen dit ook wel de ‘righting reflex’. Maar deze reflex is ongewenst: het is aan de cliënt of patiënt zelf om te ontdekken wat de beste richting is. 

Als professional dien je jouw righting reflex dus te onderdrukken. In het gesprek stel je je veel meer op als een gids. Door het stellen van de juiste vragen en reflecties, leid je iemand naar het juiste antwoord. En als je dat eenmaal gewend bent, en je je de Spirit van Motiverende gespreksvoering eigen hebt gemaakt door het effect te ervaren, gaat dat op een gegeven moment bijna vanzelf.

Het gesprek

In het gesprek is het dus belangrijk dat de patiënt of cliënt zélf onderbouwt en beredeneert waarom deze het doelgedrag wil vertonen, en hoe dat kan worden bereikt. Dit proces ondersteun je als professional in vier fases:

Fase 1 – Engage: In de eerste fase van het gesprek staat het opbouwen van een relatie tussen jou en de cliënt centraal. Dit doe je vooral door empathie te tonen en te laten zien dat je luistert, door reflecties te geven. 

Fase 2 – Focus: Het doel in deze fase is om de focus te richten op het doelgedrag. Zoals hierboven beschreven, zal je door goed te luisteren ontdekken dat de ander vaak tegengestelde emoties en gedachten heeft met betrekking tot het gedrag. Dit kun je ook terughoren in uitspraken: de cliënt laat zowel verandertaal als behoudtaal horen. Verandertaal zijn uitspraken die gedragsverandering bevorderen en behoudtaal gaat dat juist tegen. Als iemand gezonder wil eten is dat bijvoorbeeld: “Ik wil echt graag die kilo’s eraf”, tegenover “Gezond eten bereiden kost zoveel tijd en ik heb nu wel iets lekkers verdiend”. Het is in deze fase belangrijk om de verschillende uitspraken te herkennen en de aandacht te richten op de verandering en daarmee de verandertaal. 

Fase 3 – Evoke: Dit is de fase waarin je de motivatie van de ander echt gaat ontlokken. Richt je hierbij op het doelgedrag, het verlangen, de behoefte en de reden om te veranderen. Probeer verandertaal te ontlokken door het stellen van goede vragen en het geven van reflecties. Ga dieper in op wat iemand wel kan, bijvoorbeeld als iemand al eerder is gestopt met roken. Zo komt je cliënt zelf op de argumentatie en beelden die de verandering motiveren.

Fase 4 – Plan: In de vierde fase is je doel om met de cliënt te komen tot concrete stappen. Samen met de cliënt kom je tot een concreet vervolg, wat ook kan zijn om juist een helderder beeld van uitdagingen te krijgen. Ook bespreek je wat helpende mechanismen zijn en aan wie de cliënt bijvoorbeeld steun kan vragen. Steeds staat de cliënt zelf en wat die wil centraal. En op elk moment probeer je weerstand te voorkomen.

Stel samen met de cliënt aan het einde van het gesprek concrete stappen op.

ORBS

Door bovenstaande gespreksfases te doorlopen, houd je structuur in het gesprek. Daarnaast kunnen gesprekstechnieken je helpen in het gesprek. Deze noemen we de ORBS: Open vragen, Reflecties, Bevestigen en Samenvatten. Deze technieken stimuleren de ander om te vertellen, waarbij je ondertussen bouwt aan vertrouwen.

Open vragen: Door open vragen te stellen en door te vragen, richt je je aandacht op dingen die de cliënt vertelt om zo meer inzicht te krijgen, of te geven. Let hierbij wel op het volgende: vragen die beginnen met “Waarom…” kunnen oordelend overkomen. Dit kan iemand het gevoel geven dat men zich moet verantwoorden. Gebruik daarom bijvoorbeeld liever “Wat maakt dat ..”, waarmee je vraagt naar een specifieke reden of aanleiding. 

Reflecteren: Eén van de belangrijkste technieken bij motiverende gespreksvoering is het reflecteren. Reflecteren heeft op verschillende manieren een positief effect op het gesprek. Je laat zien dat je luistert, je helpt anderen inzicht krijgen en je nodigt uit om meer te vertellen. In een reflectie benoem je wat je de ander hoort zeggen, leg je verbanden of benoem je emoties. In feite laat je zien dat iets eigenlijk al gezegd is, zij het nog niet met zoveel woorden.

Bevestigen: Het doel is om zelfvertrouwen te vergroten. Het vertrouwen groeit als iemand terughoort dat hij of zij mooie stappen zet en bevestigd wordt in mogelijkheden. “Knap dat je dat eerder is gelukt.”

Samenvatten: Het is altijd belangrijk om elkaar goed te begrijpen. Samenvatten is daarnaast een subtiele, maar ook krachtige manier om de richting van het gesprek te sturen. Eindig je een samenvatting met iets dat eerder is gelukt, dan doet dit direct het vertrouwen weer groeien.

Trainen van motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering is een bijzonder effectieve gespreksmethode. Maar ook één die lastig is om onder de knie te krijgen. Impulsen zoals de righting reflex, of goedbedoelde adviezen, krijg je alleen onder controle als je jouw rol écht voelt en wordt. Dat kan niet zonder te oefenen.  

Met onze interactieve gesprekssimulaties kun je casussen rondom motiverende gespreksvoering onbeperkt oefenen, met virtuele trainingsacteurs. Door het effect van keuzes te zien, maak je je de rol eigen. In een rapportage achteraf, zie je daarnaast waar je het al goed doet en waar je belangrijkste leerpunten liggen. Scores richten daarbij je aandacht op alle aspecten en vaardigheden van motiverende gespreksvoering. Feedback biedt je inzicht, om effectiever te worden.

Zo kun je bijvoorbeeld in gesprek met een cliënt die wil stoppen met roken, of een die tegen problemen aanloopt in de opvoeding. Zoals de studenten van Hogeschool Rotterdam deden in hun les over motiverende gespreksvoering.

feedback studenten Hogeschool Rotterdam
Feedback van studenten Hogeschool Rotterdam

Zelf proberen?

Met onze online trainingen is het mogelijk om motiverende gespreksvoering te oefenen met virtuele trainingsacteurs. Achteraf geven we je feedback en scores, hierdoor krijg je inzicht in wat je goed hebt gedaan en waar ontwikkeling nog mogelijk is.

Zelf oefenen met motiverende gespreksvoering?

DialogueTrainer Zorg ontvangt DSSH keurmerk

DSSH keurmerk voor DialogueTrainer Zorg

Ons product DialogueTrainer Zorg, waarmee je lastige zorggesprekken online kunt oefenen, heeft het keurmerk voor medische games ontvangen van de Dutch Society for Simulation in Healthcare (DSSH). Dat betekent dat het materiaal is goedgekeurd door medisch professionals. En daar zijn we natuurlijk erg trots op.

Met DialogueTrainer Zorg kun je 13 lastige zorggesprekken online oefenen. Door gesprekken aan te gaan met onze virtuele trainingsacteurs. Bijvoorbeeld op het gebied van motiverende gespreksvoering, samen beslissen, begrijpelijk communiceren en feedback geven. Zowel huidige als toekomstig zorgprofessionals kunnen de gesprekken onbeperkt online oefenen.

Juryrapport

De jury schrijft o.a. het volgende over DialogueTrainer Zorg:

“De casuïstiek die in de versie van de DialogueTrainer-Zorg is ontwikkeld, zijn 13 zorgvuldig opgezette simulatiegesprekken waarmee geoefend kan worden in communicatie met patiënten of met collega’s. Hierbij is een aantal elementen van gamification verwerkt, zoals een duidelijk verhaal, waarbij de speler invloed heeft op het beloop van het gesprek en de uitkomst door de keuzes van antwoorden of vragen.

Tussentijds krijgt de speler feedback en na afloop een score. Er wordt vooraf theorie over communicatie aangeboden en er zijn uitgebreide, doordachte dialogen uitgewerkt op basis van die theorie. De speler wordt uitgenodigd te reflecteren op het geleerde aan de hand van de feedback. Het zit goed in elkaar vanuit het oogpunt van leren communiceren in lastige situaties voor een brede doelgroep (van student tot zorg professional).”

Het complete juryrapport vind je hier.

Over het DSSH keurmerk

De vereniging Dutch Society for Simulation in Healthcare (DSSH) is opgericht in 2007. DSSH heeft als doel om de ontwikkeling en toepassing van simulaties en ‘serious gaming’ in medisch onderwijs te bevorderen. Binnen deze sector is validiteit en effectiviteit van onderwijsmateriaal heel belangrijk. Daarom heeft DSSH het DSSH Keurmerk voor medische games in het leven geroepen. Zodat potentiële afnemers zicht krijgen op kwaliteitsaspecten van specifieke games. 

De beoordelingscommissie bestaat uit een mix van medisch professionals uit centra uit het hele land en game(validiteit) professionals.

Zelf aan de slag?

Wil je de omgeving zelf bekijken? Vraag dan een trial aan en ga een week lang gratis aan de slag.

Whitepaper: Waarom de zorg juist nu behoefte heeft aan betere gesprekken

Werken in de zorg is topsport: de werkdruk is hoog, het aantal professionals dat te maken krijgt met agressie en mondige patiënten neemt toe en door de vergrijzing wordt de vraag naar zorg alsmaar groter. Ondertussen groeit het ziekteverzuim, wat een signaal is van overbelasting.

Vraag om verandering

Dat vraagt om veranderingen, waarbij zowel gewerkt wordt aan effectievere en efficiëntere zorg, als aan het werkgeluk van zorgprofessionals. Een oplossing voor veel huidige uitdagingen in de sector ligt in het voeren van betere gesprekken.

Inhoud whitepaper

In onze nieuwe whitepaper ‘Waarom de zorg juist nu behoefte heeft aan betere gesprekken’ gaan we dieper in op deze thematiek. Hierin lees je onder andere:

  • Op welke manier betere gesprekken voordelen hebben voor patiënten, zorgprofessionals en zorgorganisaties. 
  • Welke gesprekken zorgprofessionals zelf als lastig ervaren (incl. casusbeschrijvingen).
  • Wat je moet weten en kunnen om een goed gesprek te kunnen voeren.
  • Hoe je dat met een communicatietraining kunt bereiken.
  • Hoe (toekomstig) zorgprofessionals veilig en effectief lastige gesprekken kunnen oefenen met DialogueTrainer Zorg.
taboe bespreken

Een taboe bespreken: vijf praktische tips.

Hoewel veel gesprekken als professional op een gegeven moment routine worden, blijven sommige gesprekken lastig. Deze week: hoe maak je als zorgverlener een taboe bespreekbaar, zoals seksualiteit? Beter worden in een taboe bespreken? Wij geven je vijf praktische tips.

Een praktijkvoorbeeld

Stel je bent oncoloog. Eén van jouw patiënten, Arlette (64 jaar), heeft borstkanker en reageert gelukkig goed op de behandelingen. Maar deze behandelingen kunnen grote gevolgen hebben voor haar seksleven. Om haar goed te helpen wil je haar hier op voorbereiden. Omdat je niet weet hoe zij hierop reageert, ben je terughoudend om het gesprek aan te gaan. Je hoopt wellicht dat zij erover begint, wat ze niet doet. Hoe zorg je dat je toch op een prettige manier met haar in gesprek komt?

Tip 1: Wees expliciet

Het is belangrijk om te expliciteren waar het gesprek precies over gaat: spreek het letterlijk uit. Als je dit niet doet, bestaat het risico dat jullie langs elkaar heen praten omdat jullie het eigenlijk over nét iets anders hebben. Door te expliciteren voorkom je miscommunicatie.

Tip 2: Neem de leiding

Als jij vanuit jouw professionele rol het gesprek wilt opstarten, heb jij een expertrol. De ander verwacht dat jij de leiding neemt: jij weet waar je het over hebt en wat besproken moet worden. Het kan ook zijn dat je gesprekspartner nog weinig kennis heeft over het taboe, waardoor hij of zij niet weet dat bespreken überhaupt zin heeft. Door de leiding te nemen bied je structuur en verhelder je wat de ander kan doen.

Tip 3: Normaliseer het onderwerp

Voor een goed gesprek is belangrijk dat de ander zich op zijn gemak voelt. Men moet immers ruimte ervaren om ook een lastig onderwerp te bespreken. Dit begint met laten zien dat je spanningen over het onderwerp niet veroordeelt. Wat je in feite doet, is het onderwerp normaliseren. Dit doe je zodat de ander niet het idee heeft dat het gek is wat hij of zij heeft of voelt. Hierbij kun je ook aangeven dat anderen het óók lastig vinden om hierover te praten: zodat de ander niet het gevoel heeft hier als enige mee te zitten.

Tip 4: Doseer je informatie

Een taboe bespreken is spannend. Het verwerken van informatie is hierdoor lastiger dan normaal. Door de tijd te nemen voor je uitleg, geef je de ander de kans om de informatie rustig te kunnen verwerken. Als je veel informatie in één keer geeft, is de kans groot dat een deel van de informatie verloren gaat. En uiteraard stel je vragen. Omdat het een lastig onderwerp is, wissel je – eenvoudige te beantwoorden – gesloten vragen af met open vragen die veel meer informatie opleveren en de ander aan het praten brengen.

Tip 5: Vermijd het geven van ongevraagd advies

Aan het eind van het gesprek wil je waarschijnlijk graag advies gaan geven. Maar pas op! Doe dit alleen als de ander hier zelf om vraagt. Je bent een taboe aan het bespreken dus voert een gesprek over een gevoelig onderwerp, en teveel informatie kan ervoor zorgen dat je je gesprekspartner afschrikt. Misschien was het voor hem of haar al een hele grote stap om überhaupt over het onderwerp te praten – laat het daar dan, voor dat moment, bij.

Tot slot: oefenen, oefenen, oefenen

Tot slot; om beter te worden in het voeren van taboe gesprekken is het belangrijk om te oefenen. Oefening baart kunst en als je het onderwerp voor de ander normaal wilt maken, helpt natuurlijk als het dat voor jou al is. Onze virtuele trainingsacteurs helpen je graag. Zij nemen je mee in het gespreksmodel van dit gesprek. Inclusief gespreksfasering en je belangrijkste keuzes. Zo doe je ervaring op voordat het praktijk wordt.

In ons nieuwe product DialogueTrainer Zorg kun je met dit model oefenen. Meer weten over dit product? Vraag dan de demo aan.

Communicatie in de zorg: waar zit de pijn?

Zorgprofessionals communiceren de hele dag. Met hun patiënten, directe collega’s, en collega’s uit de ketenzorg. Door goede communicatie in de zorg, ontvangen patiënten betere zorg en neemt arbeidstevredenheid toe. Maar, hoe bereik je dat? En welke gesprekken in de zorg zijn lastig?Dat vroegen we afgelopen tijd aan zorgprofessionals en zorgopleiders, in het kader van de ontwikkeling van ons product ‘DialogueTrainer Zorg‘, waarin (toekomstig) zorgprofessionals lastige zorggesprekken kunnen oefenen. Diverse soorten zorgverleners deelden hun ervaringen: van huisarts tot apothekersassistent, van oefentherapeut tot POH.

Meer over communicatie in de zorg?

De coachende professional

De overlap tussen gesprekken die zorgprofessionals als lastig ervaren blijkt groot. Gesprekken rondom probleemverheldering, gedragsverandering, slecht nieuws geven en het geven van voorlichting die goed aansluit bij de patiënt, zijn lastige gesprekken die bijna in alle interviews naar voren komen.

Een ander veelgehoord thema betreft gesprekken rondom samen beslissen. Steeds meer organisaties willen samen beslissen, maar in de praktijk is dat zo makkelijk nog niet. Zorgprofessionals zijn gewend om zelf adviezen te geven, en focussen zich vaak op het medische aspect. Daar zijn ze immers ook in getraind. Maar om een behandeling te kiezen die goed aansluit bij de patiënt, moet je ook vragen naar aspecten buiten het medische. Dat vraagt om een andere – meer coachende – rol van zorgprofessionals, en daar moet je volgens de geïnterviewde professionals echt aan wennen.

Met goede communicatie kun je veel bereiken: bijvoorbeeld betere therapietrouw.

Ik zie dat zowel studenten als uitvoerend zorgprofessionals zich erg richten op het medische aspect, terwijl het juist zou helpen als ze verder kijken dan dat.

Zorgprofessionals geven aan ook steeds vaker te maken te krijgen met mondige patiënten. Die bijvoorbeeld al op internet hebben gezocht op hun symptomen. Zo gingen apothekers in het Gooi zelfs staken, vanwege veelvuldige agressie aan de balie. Het aangeven van grenzen, en het omgaan met agressie, klachten, weerstand en emoties is voor zorgprofessionals dan ook belangrijk, maar niet altijd gemakkelijk.

Lastig bespreekbare onderwerpen

Lastige gesprekken blijken niet altijd betrekking te hebben op ‘grote zaken’. Soms zit de moeilijkheid van communicatie juist in de kleine dingen, zo blijkt uit de interviews. Dat betreft ook het aansnijden van lastig bespreekbare onderwerpen, zoals alcoholgebruik of intimiteit. Zo moeten apothekersassistenten geregeld vragen of een cliënt zwanger is, en dat kan best ongemakkelijk zijn. En hoe begin je over leefstijlverandering bij een diabetespatiënt met overgewicht?

Soms zit het juist in de kleine dingen. Het geven van leefstijladviezen bij patiënten met overgewicht vind ik bijvoorbeeld best lastig. Hoe doe je dat zonder iemand te kwetsen?

Samenwerken en hiërarchie

Naast communiceren met patiënten, moeten zorgprofessionals ook veel onderling communiceren. Met directe collega’s, maar ook met collega’s van andere afdelingen, of andere instellingen. Dat kan volgens de professionals soms best lastig zijn, vooral vanwege de hiërarchische structuren. Niet iedereen accepteert feedback van elkaar, en overdrachten verlopen niet altijd soepel doordat er niet goed naar elkaar wordt geluisterd.

Ik ervaar dat hiërarchie een belangrijk probleem vormt in de samenwerking en bijbehorende communicatie. Terwijl goede overdracht en communicatie binnen de ketenzorg juist van groot belang is.

Datzelfde probleem zien zorgopleiders ook terug bij hun studenten: het geven van feedback van begeleider aan student – maar zeker ook andersom – is lastig, maar wel van groot belang. Anders stapelt het zich op, en dat komt de werkrelatie én de zorg aan de patiënt niet ten goede.

Rollenspellen

Het oefenen van lastige gesprekken gebeurt vooral door het bespreken van casussen en het spelen van rollenspellen. Maar tegen die rollenspellen is veel weerstand, merken de opleiders. Daarom noemen sommige opleidingen het tegenwoordig ‘oefenen’. Bovendien zijn de rollenspellen niet altijd realistisch, omdat bij tegenspelers (medestudenten) referentiekader ontbreekt. Daarbij komt dat de studenten elkaar al kennen, en die bestaande relatie staat serieus oefenen soms in de weg.

Als ik zeg dat we een rollenspel gaan spelen, gaan studenten vaak in de weerstand. ‘Het is toch geen acteursopleiding?’, zeggen ze dan.

Rollenspellen tussen studenten leveren niet altijd de gewenste resultaten.

Over de inzet van trainingsacteurs zijn de zorgopleiders overwegend positief. Daarmee kun je heel realistisch situaties oefenen, inclusief je eigen casus. Maar er kleven ook duidelijke nadelen aan: het is vaak duur en daardoor maar af en toe mogelijk. Bovendien vinden studenten het soms eng om te oefenen voor de groep: in feite zijn ze vaak voor de groep aan het overleven, ze willen niet afgaan. Ook komt niet iedereen aan oefenen toe. Terwijl je communiceren juist leert door te oefenen.

Ik merk dat studenten vaak niet goed weten dat ze (nog) niet optimaal communiceren. Ze hebben het gevoel het goed te kunnen, omdat ze het dagelijks doen.

Onbewust onbekwaam

Zorgopleiders ervaren bovendien dat studenten niet altijd willen oefenen, ook omdat ze het belang er niet van inzien. Ze zijn toch al goed in communiceren? Dat doen ze immers elke dag. Op veel gebieden zijn ze ook bekwaam, maar op een paar fronten ook juist niet, terwijl ze dat niet door hebben. Ze vertrouwen erop dat ze het kunnen, maar eigenlijk is dat niet zo.

Bewustwording van ‘onbewust onbekwaam’ zijn, is dan ook een belangrijke stap in het leerproces. Dat kan bijvoorbeeld door het hebben van een “pijnervaring”: een situatie waarin je er niet uit komt, en beseft dat je je vaardigheden moet verbeteren of aanscherpen. Je herkent dan een probleem dat je eerder niet zag.

Ontwikkeling van speelbare scenario’s voor de zorg

Kortom, binnen de zorg zijn lastige gesprekken aan de orde van de dag. Om (toekomstig) zorgprofessionals te helpen gespreksvaardig te worden, hebben we DialogueTrainer Zorg gebouwd. Hierin zijn 13 lastige zorggesprekken omgezet in speelbare gesprekssimulaties. Daarin is de input van zorgprofessionals en zorgopleiders verwerkt: zodat de simulaties aansluiten bij de praktijk en bij leerdoelen.

Voor (toekomstig) zorgprofessionals, en door zorgprofessionals dus. Met één doel: samen werken aan betere gesprekken in de zorg.

Nu al zelf aan de slag?

Zorgverlener: speel je gespreksvaardig!

Samen werken aan betere gesprekken in de zorg. Dat is het doel van het project ‘Zorgverlener: speel je gespreksvaardig!‘. Hiertoe ontwikkelen we drie volledige gespreksmodules, mét en voor (toekomstig) zorgprofessionals. Het project wordt mede gefinancierd door Agis Innovatiefonds.

Benieuwd naar het eindresultaat van dit project? Bekijk de complete leeromgeving hier.

Daarmee krijgt het project De Virtuele Patiënt, waarin zorgprofessionals werden getraind in communiceren met patiënten met complexe problematiek, een vervolg.

Goede zorg vraagt om goede communicatie

Goede communicatie is essentieel in zorg en welzijn. Het leidt tot empowerment van patiënten, verbeterde zelfmanagement en het zorgt voor minder over- en onderbehandeling. Naast voordelen voor de patiënt, heeft goede communicatie ook een positieve uitwerking op zorgprofessionals zelf: doordat het werkplezier wordt vergroot en minder frustratie ontstaat.

Van theorie naar praktijk

Over communicatie bestaat veel theorie, maar in de praktijk is het altijd net anders. Daarom staat in onze speelbare scenario’s kennis van de werkvloer altijd centraal. Het scenario stelt spelers vervolgens in staat om met elkaars situaties te oefenen. Communiceren leer je immers het beste door te doen!

Doelstellingen

Het doel van het project ‘Zorgverlener: speel je gespreksvaardig!‘ is om via speelbare scenario’s ervaringsdeskundigheid uit de zorg onder meer collega’s te verspreiden, zodat meer (toekomstig) zorgprofessionals hun communicatieve vaardigheden kunnen versterken. Zo dragen we bij aan betere zorg voor mensen met (chronische) ziekten én werken we aan de arbeidstevredenheid van zorgprofessionals.

Hoe pakken we het aan?

Voor het project gaan we in gesprek met groepen ervaren zorgprofessionals, om hun expertise om te bouwen tot speelbare scenario’s.

We gaan eerst met zorgprofessionals en zorgopleiders in gesprek. Zo komen we erachter aan welke typen gesprekken de grootste behoefte is. En wat daarbij de uitdagende casuïstiek is.Vervolgens bouwen we de scenario’s en overige content samen met de doelgroep. Om ervoor te zorgen dat het materiaal aansluit op hun praktijk en leerbehoeften. De doelgroep zijn de experts. Daarna stellen we de scenario’s tegen aantrekkelijke voorwaarden beschikbaar. Zo zorgen we voor grote spelersaantallen. Met hun input blijven we de scenario’s continu verbeteren.

Door de scenario’s samen met zorgprofessionals te ontwikkelen, zorgen we voor aansluiting bij de praktijk.

Benieuwd naar het eindresultaat van dit project? Bekijk de complete leeromgeving hier.

Projectinformatie

Mede gefinancierd doorAgis Innovatiefonds
LooptijdJanuari 2019 – Februari 2020
ContactpersoonRenske de Beijer

Geslaagde lancering van De Oefendokter

Op donderdag 6 december hebben DialogueTrainer, Universiteit Utrecht en Vilans ‘De Oefendokter’ gelanceerd: een online training waarmee ouderen een gesprek met een zorgprofessional kunnen voorbereiden. Tijdens de lancering maakte het publiek kennis met Oefendokter Daan, en werd het belang van De Oefendokter belicht.

Projectleider Johan Jeuring (UU) opende de middag door uit te leggen hoe het project tot stand is gekomen. Zorgprofessionals en studenten van gezondheidsopleidingen oefenen namelijk al langer met de in De Oefendokter gebruikte software, Communicate.

Maar de projectpartners beseften zich dat je niet alleen zorgprofessionals moet trainen, maar ook patiënten. Communicatie is immers tweerichtingsverkeer. Bovendien levert het project voor patiënten volgens Jeuring veel op.

Uit onderzoek blijkt dat als patiënten de juiste vragen stellen aan een arts, ze hun therapie beter volhouden, minder vaak in het ziekenhuis worden opgenomen, en uiteindelijk dus een gezonder leven leiden.

Johan Jeuring

Na de opening volgde een panelgesprek, waaruit duidelijk bleek dat de ontwikkeling van De Oefendokter een proces van co-creatie met verschillende partners en ervaringsdeskundigen is geweest. Zo legde oudere Wim van Lint uit welke problemen hij en zijn vrouw tegenkomen bij een doktersbezoek en hoe het voor hem was om De Oefendokter te testen.

Henk van Zeijts (DialogueTrainer) haakte hier mooi op in, door te laten zien dat speciaal voor meneer van Lint een knop in het spel aangepast was, omdat deze niet duidelijk was voor ouderen. Een mooie illustratie van het belang van co-creatie in dit project.

Samen creëren met ouderen was in dit project ontzettend belangrijk. Daardoor konden we het systeem zo ontwerpen, dat het voor hen duidelijk en logisch is.

Henk van Zeijts

Dat er in het systeem ook veel technische snufjes zitten, bleek uit de toelichting van projectleider Johan Jeuring. Hij ging dieper in op de technische aspecten van de Oefendokter, waaronder de spraakherkenning, waar de Universiteit Utrecht samen met universiteiten uit Edinburgh en Boekarest aan heeft gewerkt.

Ruth Pel (Vilans) benadrukte het belang van Samen Beslissen in het gesprek, en waarom dit in het geval van ouderen soms lastig is.

Ouderen zien de kennis van hun eigen situatie soms als ondergeschikt aan de kennis van de dokter. Of ze zijn bang om als lastig te worden gezien. Dat maakt Samen Beslissen bij deze doelgroep een uitdaging.

Ruth Pel

Corinne Collette, die 35 jaar actief is geweest als huisarts in Utrecht, beaamde de relevantie van Samen Beslissen in de spreekkamer. Zij refereerde daarbij ook nog aan de recent gestarte publiekscampagne Help de dokter met een goed gesprek, waaruit blijkt dat dit onderwerp landelijk hoog op de agenda staat.

Tot slot was het woord aan EIT Digital Directeur Patrick Essers, die uitlegde waarom EIT Digital in het project PrepDoc – waarbinnen De Oefendokter is ontwikkeld – geïnvesteerd heeft. De relevantie en het innovatieve karakter van De Oefendokter speelden daarbij o.a. een grote rol. Ook zei hij uit te kijken naar de volgende fase van het project: het op de markt brengen van De Oefendokter. In dat kader had projectleider Jeuring direct een nieuwtje: het Bartholomeus Gasthuis – waar de lancering plaatsvond – heeft De Oefendokter opgenomen in haar Living Lab!

Vervolgens was het tijd voor de daadwerkelijke lancering. Meneer van Lint had de eer om De Oefendokter te lanceren, met behulp van een grote rode – uiteraard digitale – knop.

Na de lancering volgde de productpresentatie. Scenario-ontwikkelaar Marieke Rams toonde de verschillende functionaliteiten van De Oefendokter.

Met De Oefendokter oefen je verschillende fasen van een doktersconsult. Je start met de casus, en vervolgens ga je aan de slag met Oefendokter Daan. Gastvrouw Sarah helpt je reflecteren en bereidt een echt doktersbezoek met je voor.

Marieke Rams

De middag werd afgesloten met een borrel. Uiteraard konden bezoekers De Oefendokter zelf ook nog spelen. Via deze weg willen we graag iedereen die aanwezig was bedanken voor hun komst!

De lancering in de media

De lancering van De Oefendokter heeft ook verscheidene media bereikt, o.a. Omroep Max, RTL nieuws, RTV Utrecht en ICT&health schreven erover. Daarnaast was De Oefendokter op NPO Radio 1, BNR en Radio M Utrecht en maakte Plus Magazine deze video.

Interesse / meer informatie?

Wil je meer weten over De Oefendokter, of heb je specifieke vragen? Mail dan naar oefendokter@dialoguetrainer.com. Bekijk ook de projectpagina van De Oefendokter.

Foto’s: Sebastiaan ter Burg, CC BY 4.0

Co-creatie: wat is dat en hoe werkt het?

Vandaag, 5 oktober, is het Nationale Ouderendag. Ons huidige project en nieuwste product De Oefendokter ontwikkelen we sámen met ouderen; ofwel in co-creatie. In deze blog: zeven vragen én antwoorden over het belang van co-creatie!

1. Wat is dat precies, co-creatie?

Co-creatie gaat over het goed afstemmen van een innovatie op een doelgroep. Voorheen gebeurde het vaak dat iemand een goed idee had, het volledig ging uitwerken en het vervolgens niet bleek te landen bij de doelgroep waarvoor het was bedoeld. Bij co-creatie werk je tijdens het ontwerpproces juist nauw samen met de doelgroep, om ervoor te zorgen dat het product wél bij hen aansluit.

We maken kleine stapjes. Eerst verdiepen we ons goed in de doelgroep, bijvoorbeeld door interviews te doen. Daardoor krijgen onze ideeën al meer focus. De eerste ideeën werken we vervolgens uit in een prototype. Dat is niet een ‘af’ product, maar een eerste ontwerp daarvan, dat je gebruikt om ideeën te toetsen. Het prototype leggen we vervolgens voor aan een testgroep. Op basis van wat we daar horen, passen we het prototype aan en testen we het opnieuw. Dat doen we een aantal keer, tot iedereen tevreden is.

2. Wat voor informatie hebben jullie nodig van de doelgroep?

We bevragen mensen op van alles: hoe is het om het spel te doen, is het doel duidelijk, begrijp je hoe het werkt, wat is logisch of onlogisch, wat vind je goed et cetera. Daarmee ontdek je in een vroeg stadium of je op de goede weg bent en waar je moet bijsturen.

3. Hoe ziet zo’n sessie eruit?

In het geval van De Oefendokter hadden we bijvoorbeeld 5 ouderen en 2 professionals van huisartsenpraktijken. Zij speelden gezamenlijk enkele gespreksscenario’s. Tijdens het spelen vragen we ze hardop uit te spreken wat ze denken. Dat geeft erg veel informatie, bijvoorbeeld doordat we horen: ‘Waar zit de knop dat ik verder kan?’, of ‘Dit kan ik echt niet lezen’, of ‘Ja, het klopt wel wat de dokter nu zegt’. We maken overal aantekeningen van en maken een verslag, waaruit we conclusies trekken voor de volgende stap. Doordat er ook zorgprofessionals bij waren, kregen we ook direct inhoudelijke feedback.

4. Maken jullie in alle projecten gebruik van co-creatie?

Eigenlijk wel, hoewel niet altijd op deze uitgebreide manier. Voordat we aan de slag gaan met het maken van de gespreksscenario’s, gaan we altijd eerst met mensen in gesprek die daadwerkelijk met de situaties te maken hebben. Zo halen we de cases op die de doelgroep zelf relevant vindt. Ook laten we de scenario’s altijd op verschillende momenten in de ontwikkeling spelen door de doelgroep en vragen we daarop input.

5. Waarom vinden jullie co-creatie zo belangrijk?

Door goed te luisteren naar de klant of doelgroep, zorgen we ervoor dat de scenario’s goed aansluiten bij de praktijk. Dat steekt vaak nauw: iedere beroepsgroep kent bijvoorbeeld zijn eigen woordgebruik.

6. Welke input gebruiken jullie nog meer om scenario’s te maken?

We gebruiken uiteraard ook bestaande literatuur over gesprekstechnieken, we praten met experts op een vakgebied en we zetten onze eigen ervaring en creativiteit in. Dit alles om de gesprekken zo realistisch mogelijk te laten overkomen.

7. Wat zouden jullie in de toekomst nog meer willen doen met co-creatie?

We zijn inmiddels technisch zo ver dat we de input van alle gebruikers tijdens het spelen van een gespreksscenario kunnen ‘oogsten’. Dat is geweldig, omdat we dan van veel mensen tegelijk feedback krijgen. Daarnaast blijven juist ook de kleinschalige co-creatie sessies van grote waarde, omdat je daar heel specifiek input krijgt en gericht kunt doorvragen. Dus ook in de toekomst zullen we zoveel mogelijk co-creatie blijven toepassen, omdat dat de enige manier is om de kwaliteit van onze gespreksscenario’s te kunnen toetsen en garanderen.